“Ik vind het heel moeilijk om écht te ontspannen.”
“Ik merk pas dat ik gestrest ben als ik er al helemaal in zit.”
“Ik zit zó veel in mijn hoofd dat ik mijn lichaam nauwelijks voel.”
“Ik voel te laat dat ik over mijn grenzen ben gegaan.”
“Ik slaap slecht omdat mijn lichaam ‘aan’ blijft staan.”
“Ik heb vaak last van spanning of pijn, maar ik snap niet waar het vandaan komt.”
“Ik vind het lastig om te voelen wat goed is voor mij.”
Bovenstaande zinnen zijn allemaal ervaringen die zomaar op een dag voorbij kunnen komen. Herken jij hier iets van? Ik wel hoor, meerdere zelfs.
Ze lijken heel willekeurig, maar al deze ervaringen hebben te maken met interoceptie. Of, eigenlijk: dat er op dat moment weinig interoceptie beschikbaar is.
Wat is interoceptie ook alweer?
Is dit onderwerp nieuw voor je? De eerste blog in deze serie geeft je een goede basis over wat het is
In deze tweede blog wil ik dieper ingaan op situaties in het dagelijks leven, zodat je meer kunt voelen waarom interoceptie zo’n belangrijke rol speelt in je welzijn en gezondheid. Voor de leesbaarheid wissel ik de begrippen interoceptie en lichaamsbewustzijn af. Ze betekenen niet precies hetzelfde, maar ze overlappen genoeg om beide te gebruiken.
Dus, laten we het wat concreter maken. Hoe kan interoceptie helpen bij bovenstaande situaties?
“Ik vind het heel moeilijk om écht te ontspannen.”
Bij weinig lichaamsbewustzijn voel je die spanning pas als je er bewust naar zoekt, of zelfs helemaal niet. Ontspanning wordt dan vooral iets mentaals: ik zou nu moeten ontspannen.
Interoceptie helpt je om die subtiele signalen van vasthouden te leren opmerken. Niet om ze direct weg te krijgen, maar om ze er te laten zijn. Alleen al voelen dat je schouders aangespannen zijn, kan een eerste opening naar verzachting zijn.
“Ik merk pas dat ik gestrest ben als ik er al helemaal in zit.”
Zonder lichaamsbewustzijn merk je het pas als je hoofd overloopt of je lichaam strak staat van de spanning.
Met interoceptie leer je die vroege signalen herkennen. Niet per se om stress te vermijden, maar om er eerder bij te zijn. Vóórdat je er helemaal door wordt meegezogen.
“Ik zit zó veel in mijn hoofd dat ik mijn lichaam nauwelijks nog voel.”
Dit is geen onwil, maar vaak een gewoonte. Ons dagelijks leven nodigt hier enorm toe uit.
Interoceptie nodigt je uit om voorzichtig de aandacht terug te brengen naar binnen: hoe is mijn adem nu? Wat voel ik in mijn romp? Zelfs als het eerst vaag of onduidelijk voelt, is dat óók een ervaring.
“Ik voel te laat dat ik over mijn grenzen ben gegaan.”
Vaak zijn grenzen eerder subtiele signalen van je lichaam dan harde stopborden: een lichte vermoeidheid, een zeurend gevoel van irritatie, minder ruimte in je adem.
Interoceptie helpt je om die subtiele signalen serieuzer te nemen. Niet meteen als reden om te stoppen, maar als informatie. Zo wordt je lichaam een bondgenoot in plaats van een laatste alarm.
“Ik slaap slecht omdat mijn lichaam ‘aan’ blijft staan.”
Vaak is dit geen ‘probleem met slapen’, maar een lichaam dat teveel spanning vasthoudt.
Met interoceptie leer je overdag al beter opmerken wanneer je systeem geactiveerd raakt. En hoe eerder je opmerkt dat je systeem overdag al ‘aan’ staat, hoe makkelijker het wordt om dat bij te sturen. Dat vergroot het vermogen van je lichaam om zich ’s avonds daadwerkelijk over te geven aan een ontspannen slaap.
“Ik heb vaak last van spanning of pijn, maar ik snap niet waar het vandaan komt.”
De pijn voelt soms willekeurig. Schouders, nek, onderrug; het komt en gaat.
Zonder contact met je lichaam voelt pijn als iets wat je overkomt.
Interoceptie helpt je verbanden te voelen: wanneer neemt de spanning toe? Na welke situaties? Bij welke emoties? Bij welke gedachten? Dat maakt niet per se dat de pijn meteen weggaat, maar maakt het wel begrijpelijker en minder willekeurig.
“Ik vind het lastig om te voelen wat goed is voor mij.”
Lichaamsbewustzijn gaat over het ontwikkelen van een ‘innerlijk kompas’: hoe voelt een ‘ja’ in je lichaam? En een ‘nee’? Misschien is het een subtiel samenknijpen van de borstkas of bekkenbodem, of de ervaring van meer ruimte.
Hoe vaker je oefent met voelen, hoe betrouwbaarder dit kompas wordt.
Waarom interoceptie zoveel verschil maakt
En daarnaast geeft het rust en vertrouwen om aanwezig te kunnen zijn bij wat je voelt. Of het nou pijn is of heftige emoties – onze menselijke neiging is om dit weg te duwen of onszelf af te leiden. Zodat we het niet voelen. En daar is niets mis mee, maar het is wel fijn als dit een bewuste keuze is in plaats van een automatisme. Want dan kun je kiezen: “Wil ik op dit moment afleiding, of wil ik (oefenen met) bij dit gevoel aanwezig te blijven?”
Wat interoceptie je praktisch kan brengen
Tegelijk kan ik me voorstellen dat je denkt (of voelt!), ‘hoe doe ik dit dan?’. Want interoceptie is geen talent dat je wel of niet hebt, maar iets dat je kunt oefenen.
Iets kleins dat je kunt doen is af en toe even stoppen en voelen. Een pauze van een paar seconden waarin je bewust even naar binnen voelt. Jezelf de vraag stelt: hoe is het nu in mijn lichaam? Dat is interoceptie.
En eerlijk: ik vind dat nog steeds best lastig. Ik ben een denker, iemand die graag begrijpt. En dat is een mooie kwaliteit, waarnaast ik nu oefen met een nieuwe kwaliteit: luisteren en ontvangen van wat ik van binnen voel.
Yoga voor betere interoceptie
Yoga doe je niet voor een ander, maar voor jezelf. Je mag tijdens yoga dan ook helemaal naar binnen keren. Je mag de buitenwereld loslaten, en jezelf gaan voelen. En vervolgens je yogabeoefening daarop aanpassen, van moment tot moment. En hoe langer je yoga doet, hoe makkelijker je dat wat je op de mat leert, meeneemt je dag in.
Wil je dat ook ervaren? Je kunt gratis meedoen met een proefles yoga. Meer informatie over mijn aanbod vind je hier.